Laboratoriumtests zoals de Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure (WLTP) worden gebruikt om het brandstofverbruik, de CO2-uitstoot en de uitstoot van vervuilende stoffen van personenauto’s te meten. Onder testcondities die zijn vastgelegd in Europese wetgeving.

Wat is de WLTP en hoe werkt deze?

De New European Driving Cycle (NEDC) stamt uit de jaren ’80 van de vorige eeuw. Door ontwikkelingen in autotechniek en rijomstandigheden is deze inmiddels sterk achterhaald. De Europese Unie ontwikkelde daarom een nieuwe test: de Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure (WLTP). De Europese auto-industrie verwelkomt deze nieuwe test en heeft actief bijgedragen aan de ontwikkeling daarvan.

Terwijl de NEDC de testwaardes vaststelt op basis van een theoretisch rijprofiel, is de WLTP-cyclus ontwikkeld met behulp van realistische rijgegevens, die werden verzameld in de hele wereld. Daardoor geeft de WLTP veel beter het werkelijke gebruik van auto’s weer.

De WLTP-rijcyclus is verdeeld in vier delen met verschillende gemiddelde snelheden: laag, gemiddeld, snel en zeer snel. Elk deel omvat een variatie aan rij-fasen, stops, acceleraties en remacties. Van elk bepaald type auto, wordt elke aandrijflijn (motor- en versnellingsbakcombinatie) getest, met een WLTP-uitkomst voor de auto in zijn lichtste versie (de meest zuinige) en zwaarste versie (minst zuinige).

De WLTP werd ontwikkeld met het doel om gebruikt te worden als mondiale testcyclus voor diverse regio’s in de wereld. Zodat ook CO2-uitstoot en uitstoot van vervuilende stoffen op wereldschaal vergelijkbaar zouden zijn. Hoewel de WLTP inderdaad een wereldwijde gemeenschappelijke ‘kern’ heeft, zullen de EU en andere regio’s de test op verschillende wijzen toepassen, afhankelijk van hun wetgeving voor en behoeften bij hun wegverkeer.